Archief EXTRA

EXTRA 20 APPARAAT

EXTRA #20 - Apparaat

Na de focus op het gefotografeerde model – Lijf – en het fysieke eindresultaat – Document – richt EXTRA#20 zich op een fundamentele schakel tussen deze uitersten: het Apparaat. Want is het niet de camera die tussen het model en de fotograaf staat? Als een monumentaal obstakel tussen oog en lijf? Of als ideaal verlengstuk van de intentie van de maker? Of nog, als speelbal in het spel der kunsten? Deze twintigste editie van EXTRA is geen lofzang op Flussers nalatenschap, maar een poging om zijn gedachten in een actuele fotografische context te plaatsen en ze uit de zuiver theoretische hoek te halen. De redactie van dit nummer gebeurde in nauwe samenwerking met de onderzoeksgroep Thinking Tools van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen.

EXTRA 19: Lijf (2016) 

Een ‘lichaam’ voelt koud aan, houd je liever op afstand, is verworden tot een dood object. Het ‘lijf’ daarentegen kan zweten, blozen of bloeden. Het is bezield, doorleefd, bewust van zichzelf en schaamteloos subjectief. De lijfelijkheid van een model stelt talloze fotografen voor een permanente uitdaging. Wanneer is een foto een objectivering, hoe ruk je als beeldmaker de ziel uit iemands lijf? Kan een fotograaf de eerbaarheid van de afgebeelde persoon bewaken? Misschien is anonimiteit een antwoord, maar daarbij loert de dood van het model ook meteen om de hoek. En wat moet een fotograaf met de aanwezigheid van zijn of haar eigen lijfelijkheid, waar niet aan te ontkomen valt?

 

EXTRA 18: De Foto als Document (2015)

‘De kunstenaar maakt een werk. / De primitieve mens uit zich in documenten.’ In 1928 publiceerde Walter Benjamin dertien boude stellingen over de kunstenaar, het kunstwerk en het document neer. Bij documenten zou de inhoud dominant zijn, terwijl bij kunst die inhoud als ballast overboord gegooid wordt tijdens de beschouwing van een werk. Nu, bijna negentig jaar later, zijn documenten – in de volle complexiteit van dat woord – nauwelijks nog weg te denken uit artistieke praktijken. Zo zijn ze bij Zoe Leonard, Yann Mingard, Jasper Rigole, Mathieu Pernot, Batia Suter en Jan Rosseel alomtegenwoordig. In deze vernieuwde EXTRA trachten we een deeltje van het aura dat rond documenten zweeft te ontsluieren. Documenten kunnen worden gecreëerd, gemanipuleerd, ingezet of misbruikt. Soms gratuit, soms met een zeer groot bewustzijn van wat een document tot document maakt.

Artistic research, PhD in the arts, onderzoek in de kunsten: kunst schijnt de laatste tijd vanuit een onderzoekende mentaliteit voort te moeten komen, inclusief een toename van de kruisbestuiving met de wetenschap. Om de rol van het fotografische document beter te vatten is het dan ook noodzakelijk een blik te werpen op die wetenschap en hoe daar met beeld wordt omgegaan. Hoe wordt het fotografische document gebruikt als bron voor geschiedschrijving (fotohistoriografie, zo men wil) in de antropologie of bij forensisch onderzoek?

Etymologisch zijn de woorden ‘document’ en ‘documentaire’ aan elkaar verwant. Terwijl er in het eerste een protocollaire, objectieve gedachte schuilt, kan het tweede woord echter niet zonder een bepaalde mate van engagement, een subjectieve gedachte. We sluiten deze EXTRA dan ook af met twee bijdragen die de relatie tussen deze woorden op scherp stellen.

Documenten zullen echter steeds hun raadselachtigheid behouden. Of terugkerend naar Benjamin: ‘Hoe meer men zich in een document verliest, des te compacter: alleen nog het onderwerp.’

Vanaf deze editie wordt EXTRA uitgegeven door FOMU en Fw:Books

EXTRA 17: Le Voyage (2014)

EXTRA 17 is een ode aan de fotograferende reiziger, de reizende fotograaf. Le Voyage, soms een doel op zich, soms een middel om tot rust te komen, maar steeds een vrijplaats, een ruimte waar dromen op geprojecteerd worden. Fotografen en schrijvers stellen zich in deze EXTRA de vraag wat die plaats juist bezielt, wat haar aantrekkingskracht is.

Als rasechte documentairefotograaf trekt Nick Hannes het hele Middelandse Zeegebied rond. In het artikel over Mediterranean. The Continuity of Man neemt Joachim Naudts de positie van de fotograaf als uitgangspunt om het romantische idee van de reiziger te nuanceren. Voor fotograaf Vincent Delbrouck heeft het reizen echter een andere betekenis. Zijn werk getuigt van een onmetelijke immersie. Hij laat zich onderdompelen, zowel fysisch als mentaal, in de Boeddhistische cultuur van de Himalaya en laat zijn beeldtaal door die omgeving bepalen.

De aantrekking van het reizen zit dikwijls in het andere, het onbekende. In de beelden van Jimmy Nelson lijkt deze exotische reflex terug van nooit weggeweest. Taco Hidde Bakker, Sophie Feyder en Annie Goodner schreven een kritisch essay over zijn hedendaags werk. De tekst van Ingrid Leonard focust daarentegen op begin 20ste eeuw, op de avontuurlijke drang van de pioniers van de kleurenfotografie.

Beelden en personen in transit, de weg als doel, is een derde invalshoek in deze EXTRA. De verplaatsing, over de snelwegen van Frankrijk, staat centraal in de tekst van Philippe Azoury over een recente tentoonstelling in LE BAL in Parijs, S’il y a lieu je pars avec vous. De verhuizing van foto’s, van het ene depot naar het andere, is dan weer de gelegenheid voor Tamara Berghmans om enkele werken uit de collectie van het FOMU toe te lichten.

Verder in deze EXTRA nog teksten van Inge Henneman over de tragische fabel in het werk van Ana Torfs, fragmentarische gedachten van Maarten Dings over de reizende amateurfotograaf, een nabeschouwing door curator Sandrine van Noort over de tentoonstelling Souvenir de Voyage in LUMC te Leiden en een introductie door New Yorks curator Laurel Ptak op het werk van de conceptuele reiziger/kunstenaar David Horvitz.

EXTRA 16: Conflict (2014) 

EXTRA 16 onderzoekt de huidige staat van fotografie in relatie tot conflict. De focus ligt hierbij niet enkel op de fotograaf, maar ook op de fotografie-consument, op de (massale) verspreiding van conflictbeelden, op de geschiedschrijving aan de hand van fotografie, de theorievorming en de verschillende artistieke benaderingswijzen.

EXTRA 16 neemt als vertrekpunt de tentoonstelling Shooting RangeDeze tentoonstelling toont hoe fotografie voor het eerst een belangrijke rol speelde in een grootschalig conflict, de Groote Oorlog. Ten tijde van de Krimoorlog (gefotografeerd door Roger Fenton) en de Amerikaanse Burgeroorlog (in beeld gebracht door Mathew Brady, Alexander Gardner en anderen) bestond fotografie natuurlijk al, maar het was pas begin twintigste eeuw dat fotografie stilaan haar intrede deed als massamedium.

EXTRA 16 opent met een visueel editoriaal waarin de link gelegd wordt tussen beeldmateriaal uit de tentoonstelling en de artikels in het magazine. Met tekstbijdrages van Guy Martin, Taco Hidde Bakker, Maarten Dings, Lise Lotte ten Voorde, Phil Coomes, Pieter Vermeulen, Caroline Puttenstein, Ingrid Leonard, Rein Deslé en Joachim Naudts wordt een blik geworpen op de theorie van Ariella Azoulay, op het Archive of Modern Conflict, op het werk van Mikhael Subotzkky, Patrick Waterhouse, Kader Attia, Guy Martin, Mishka Henner, Trevor Paglen, James Bridle, Luc Delahaye, Simon Norfolk, Sophie Ristelhueber, enz.

EXTRA 15: Archief (2014)

Het internet als speeltuin: als je het woord ‘archief’ googlet, ontrollen zich in een vingerknip duizenden mogelijke links. Het valt op dat de wereld van de muffe, stoffige rekken, volgestapeld met kartonnen mappen die maar ternauwernood aan elkaar hangen met katoenen koordjes, niet tot de wereld van het flitsende net behoren. Integendeel, op het world wide web stellen een heleboel archieven zich modern op. Heel wat instellingen zijn helemaal online beschikbaar en bieden een volledig overzicht van wat ze in huis hebben. Een groot, legendarisch archief als het Photo Archive van het Getty Research Institute heeft twee miljoen foto’s netjes gedigitaliseerd en beschreven. Bij instellingen met minder financiële middelen ligt dat jammer genoeg anders. Archieven van universiteiten, steden, musea en zelfs media-instellingen kampen steeds meer met plaatsgebrek, personeelstekorten of budgettaire problemen.

Als je door de lijst van archiefinstellingen scrollt, is het frappant vast te stellen hoeveel we eigenlijk verzamelen en wat we allemaal bewaren. Ooit al gehoord van de Energy Technology Visuals Collection in Washington, de Shetland Archives of het Star Wars Photo Archive? Hoewel over de initiatieven op zich gediscussieerd kan worden, vormen ze een paradijs voor creatievelingen. Zo brachten de 14.000 zwart-witfoto’s uit het Belfast Exposed Archive het duo Broomberg & Chanarin op een lumineus spoor, dat in 2011 leidde tot hun onthutsende fotoboek People In Trouble Laughing Pushed To The Ground. Met het verstrijken van de tijd kunnen archieven ook choqueren. Wat toen het sparen waard was, kan nu de wenkbrauwen doen fronsen. Wat nu misschien niet bijzonder genoeg is om te bewaren, kan dat wel zijn over x aantal jaren. Wat bewaren we en wat niet? Een moeilijke keuze. Zo ontstond het gevaar dat het Stasi Archiv na de val van de Berlijnse Muur vernietigd zou worden. Tot de ASTAK (Antistalinistische Aktion Berlin Normannenstraße) er zich mee bemoeide en het tot een museum ontplooide. De Berlijnse fotograaf Simon Menner doorploegde dit archief. Hij bracht hilarische, thematische invalshoeken – zoals spionnen die andere spionnen bespioneren – samen in zijn fotoboek Top Secret. Images from the Stasi Archives.

Op de internetlijst staan zwaarbeladen archieven die aan de ribben plakken. Zo behoeft de International Tracing Service van de Duitse stad Bad Arolsen weinig uitleg: hier kun je online slachtoffers van de Holocaust opzoeken. Met een paar muisklikken vinden familieleden of vrienden dierbaren terug op papier en/of foto. Een indrukwekkend initiatief.

Archieven zijn opgesteld door en voor mensen. Ze tonen hun zwakheden (bijvoorbeeld de zogenaamde ongewilde blinde vlekken) maar ook hun kracht (zoals het ‘chaotische, creatieve’ bronnenmateriaal, dat nieuwe betekenissen kan genereren). Archieven vertellen ons wie we zijn, wat ons interesseert, maar ook waarom we bewaren en hoe we dat doen. Fotografie vormt een onmisbare schakel in dit fenomeen. Dat bewijst dit themanummer van EXTRA nog maar eens.

EXTRA 14: De perseditie (2013) 

Persfotografie is constant in evolutie. Elke technologische vooruitgang biedt nieuwe kansen en stuurt het nieuws sneller, scherper en ruimer de wereld in. De laatste jaren is de hoeveelheid beelden die elke dag een redactie binnenloopt, exponentieel toegenomen. We vergeten soms dat foto’s in de kranten door verschillende ogen werden gekeurd, maar zijn die blikken wel kritisch genoeg? Zijn de receptoren niet verblind door tonnen beeldmateriaal die hen elke dag overspoelen? Kan er überhaupt sprake zijn van objectief beeldmateriaal? De tentoonstelling Editing the News stelt enkele van deze vragen alvast op scherp. Persfotografie (in ruime zin) vormt dit keer zowel de leidraad van EXTRA, als voor de tentoonstellingen in het Fotomuseum.

Er zijn verschillende manieren om ‘nieuws’ te brengen. Zo is er de snelle nieuwsgaring, waarbij de snelheid en communicatieve kracht van het beeld cruciaal zijn. Germaine Van Parys en Odette Dereze stonden jarenlang op de eerste rij om elk historisch moment tijdens de voorbije eeuw in België vast te leggen. Van Parys werkte in een tijd waar vrouwen nauwelijks een huissleutel meekregen van hun man. Toch slaagde zij er in om van haar passie haar beroep te maken en daar in uit te blinken. Ze kreeg niet alleen haar familie zo ver om geld te pompen in haar zelf opgerichte persagentschap, zelfs het hof had een groot respect voor haar werk en vertrouwde haar. Tot op vandaag geldt ze als een van de meest vooraanstaande fotoreporters van België. Odette Dereze genoot als petekind van Van Parys een bevoorrechte opleiding. Ze stapte in haar voetsporen en nam vanaf de jaren 1960 stilaan het roer over. Deze continuïteit zorgde ervoor dat dit unieke archief zorgvuldig bewaard is gebleven en de overzichtstentoonstelling in het FOMU mogelijk maakt.

Een vergelijkbaar archief is dat van het persagentschap Le Lynx. Het werk van dit Brusselse agentschap werd enkele jaren geleden toevertrouwd aan het FOMU. Deze rijke verzameling glasnegatieven werd zorgvuldig ontvangen en onderzocht. Het resultaat hiervan is ook te zien in het FOMU, EXTRA onthult welke voorbereidingen hier aan te pas komen.

Naast deze oerdegelijke, klassieke persfotografie tonen fotograaf Rob Hornstra en journalist Arnold van Bruggen dat het niet altijd snel moet gaan om goed te zijn. Hun Sochi Project is er eentje van lange adem. Beide heren documenteerde de voorbij vijf jaar de ruime regio rond Sotsji, inclusief de naburige conflictgebieden Abchazië en de Noord-Kaukasus. Sotsji zal in 2014 de thuisbasis zijn van de duurste Olympische Winterspelen ooit. Volgens Wikipedia is Sotsji “een Russische stad, iets ten noorden van de grens met de Georgische regio Abchazië aan de Zwarte Zee in de noordelijke Kaukasus. Het is de belangrijkste Russische badplaats en wordt ook wel de ‘Russische rivièra’ genoemd.” Naast deze informatie staan een aantal idyllische beelden met stralende blauwe waterpartijen, zonsondergangen en torenhoge hotels. Hornstra en van Bruggen plaatsen met The Sochi Project kritische kanttekeningen bij dit megalomane evenement waardoor blijkt dat de foto’s op Wikipedia dringend opgepoetst mogen worden.

EXTRA 13: Power! Photos! Freedom! (2013) 

EXTRA begeeft zich op onbekend terrein. Het wordt een ontdekkingstocht off the beaten track, met als bestemming het niet-westerse, het ‘buiten-gewone’ of het vreemde.

De tentoonstelling Power! Photos! Freedom! neemt die ontdekking letterlijk door de Arabische wereld centraal te stellen. In EXTRA gaan we dieper in op het fel besproken Kadhafi-archief, dat voor het eerst op het Europese vasteland te zien is. De vele gezichten, gedaanten en machtsuitingen van de voormalige Libische leider kunnen we bestuderen dankzij een bloemlezing uit duizenden foto’s. Fotografie werkt soms als een stormram, die regimes zowel kan maken als kraken. Het FOMU biedt zowel de blik van de insider als die van de outsider op een regio die het voorbije decennium grondig dooreengeschud werd, niet het minst door de Arabische Lente. Activisme en fotografie liggen soms dicht bijeen in wat ook wel eens de ‘Twitterrevolutie’ genoemd werd.

De collectiepresentatie Camera Exotica staat lijnrecht tegenover deze hoofdtentoonstelling. Hier is alleen de westerling aan het werk. Uit de collecties van het FOMU verzamelden we foto’s, posters, postkaarten en andere fotografische producties om aan te tonen hoe fotografen van de 19de eeuw tot 1960 de ‘vreemdeling’ zagen en voorstelden. Het levert een fascinerend verhaal op, met een schat aan beeldmateriaal dat soms pijnlijk illustreert hoe westerlingen de ander ooit hebben gezien. Stigmatiseringen die jammer genoeg nog steeds niet helemaal zijn weggeëbd.

‘Vreemd’ of ‘raar’ zijn begrippen die in het hoofd rondspoken als we de foto’s van Charles Fréger zien. Op het eerste gezicht kijken we naar een bende rare snuiters die er genoegen in scheppen zich te verkleden in de vreemdste kostuums. Het respect en de fascinatie voor deze figuren en foto’s groeien naarmate de beelden stilletjes aan iconen worden en op het netvlies blijven plakken. Frégers serie Wilder Mann is het resultaat van een intense onderdompeling in dit thema, gecombineerd met groot vakmanschap

EXTRA 13 is doorspekt met ‘vreemde’ beelden, die prikkelen en verwonderen. Niets is nog vreemd in fotografie, niets is vreemder dan fotografie.

EXTRA 12: Weegee (2012) 

Elke ochtend overstelpen kranten ons met nieuwsberichten en foto’s. Hot news. Van dat ‘hete’ is meestal weinig te merken. Koelbloedige beelden tonen hoe de wereld weer een dag doordraaide. Pagina’s ontsierd door gesneuvelde soldaten, autowrakken en resten die ooit dorpen waren. Hoewel de beelden afschuw en ontzetting uitschreeuwen, moeten we eerlijk zijn: die foto’s beroeren ons nauwelijks. De overvloed aan gruwelijke beelden heeft een tegengesteld effect: in plaats van de kijker sensitief te maken, worden we er murw van. Het raakt niet meer.

Gert Jochems overstijgt dat fenomeen. Zijn foto’s van “foute” seks triggeren – en zijn niet de zoveelste in de rij – doordat Jochems voldoende afstand behoudt en de toeschouwer doet nadenken. Zijn kleurenpalet draagt vreemd genoeg vooral stilte uit. Lust of passie zijn veraf, drang naar sensatie eveneens. Op een telescopische manier brengt hij een onderwerp dat ons heel nabij staat en sluimert in elke slaapkamer. Net die contradictie is een geniale insteek: Jochems toont ons seks op een afstandelijk manier, maar slaagt er in ons toch te verleiden. Of hoe het roerloze kan beroeren.

Sensatiezucht is dan wel weer volledig op het lijf geschreven van de Amerikaanse Arthur Fellig, beter gekend als Weegee. Hij is een van de eerste paparazzi fotografen die met zijn foto’s in kranten verscheen. Weegee luisterde de politieradio af om als eerste op een crime scene te arriveren. Brian Wallis, adjunct-directeur van ICP uit New York, stipt in zijn artikel aan dat Weegee niet alleen streefde naar een scoop, maar ook naar een goeie foto. Hedendaagse paparazzi fotografen lijken dat laatste wel eens te vergeten. In het recente schandaal rond de pikante foto van een zonnebadende Kate Middleton in het Franse tijdschrift ‘Closer’, primeert de sensationele inhoud op de kwaliteit van de foto. Toch mijlenver van hoe Weegee zijn sensatiehonger stilde…

EXTRA 12 brengt ook een interview met het fotografenduo Lucie & Simon. Ze dringen binnen in het dagelijkse leven en maken foto’s van op het eerste zicht triviale situaties. Niets is minder waar. Uit de collectie FOMU staat Claude Cahun centraal, een fotograaf/fotografe die gekend is geworden door zijn/haar levensstijl én oeuvre. Een 25-tal beelden, geplukt uit de rijke verzameling van het FOMU, sluiten naadloos aan bij deze nieuwe tentoonstellingsreeks. Views selecteert vier actuele fotografische projecten van Teun Voeten, Ruth Van Beek, Titus Simoens en Debby Huysmans.

Kortom, EXTRA 12 = fotografische sensatie.

EXTRA 11: From Here On (2012)

De spraakmakende expositie From Here On die in 2011 het fotofestival Les Rencontres d’Arles door elkaar schudde, verhuist in de zomer van 2012 naar het FOMU. De tentoonstelling blinkt uit door de presentatie van een krachtig statement, namelijk “Vanaf nu is fotografie anders”. Het digitale tijdperk waarin we leven, is al lang doorgesijpeld naar de wereld van de kunsten. Het zette de fotografie volledig op zijn kop. Als een tsunami moest elke fotograaf eraan geloven, of je nu voor- of tegenstander was: analoog was ouderwets, digitaal de toekomst. Hoewel bijna alle fotografen de oversteek naar de digitale wereld maakten, veranderde het concept “foto”, “fotograaf / kunstenaar”, “fotografisch onderwerp” nauwelijks.

Een “digitale” fotograaf dacht nog steeds op een “analoge” manier over zijn medium na. De groepstentoonstelling From Here On zet daar een streep onder. Gedaan met zelf foto’s te nemen. Leve de fotografie zonder lens! Deze “nieuwe” fotografen openen vol ongeduld een vat aan onontgonnen mogelijkheden. Samengesteld door een handvol indrukwekkende curatoren als Clement Cheroux, Joan Fontcuberta, Erik Kessels, Martin Parr en Joachim Schmid, sluit deze expositie de overgangsperiode tussen analoog en digitaal definitief af en lanceert enkele ontkiemende concepten. Met een krachtig statement zetten ze hun ideeën op een rijtje.

Voor ons is het vanzelfsprekend dat we onze bezoekers laten kennismaken met deze recente stroming binnen het fotografiecircuit. Het moest gewoon, het kon niet anders. Het FOMU ziet het als zijn taak om tendensen op te pikken, te bestuderen en door te geven aan al wie enige interesse voor het medium fotografie toont. From Here On geeft aanleiding tot heel wat discussie: is de fotografie voorgoed dood verklaard? Kunnen “masterpieces” zomaar gerecycleerd worden? Is de fotograaf / kunstenaar nog wel een fotograaf te noemen, in de klassieke betekenis van het woord? Laat je “gepixelde” mening horen via Facebook of andere digitale kanalen! We horen het graag.

EXTRA 11 beklemtoont nog een ander luik binnen de zomertentoonstellingen. Vzw “Stadsfotograaf Antwerpen” vroeg het museum om deel te nemen aan een project dat vijf fotografen twee jaar lang Antwerpen in stuurde. Het FOMU toont een selectie van hun foto’s. In dit blad stellen we het hedendaagse Antwerpen en de negentiende-eeuwse stad aan je voor via het werk van een aantal fotografen.

EXTRA 11 levert aanvullende informatie- en beeldmateriaal voor wie maar niet genoeg krijgt van fotografie. Wie zou nu nog beweren dat fotografie dood is?

EXTRA 10 XL: Imaging History (2012) 

In het kader van Imaging History pakt het FOMU in het voorjaar 2012 uit met een dubbeldik nummer van EXTRA. Het FOMU gaat voor deze 10de editie EXTRA-large! EXTRA pagina’s met EXTRA veel aandacht voor de tentoonstelling Imaging History. Als verjaardagsnummer staat deze uitgave geheel in het teken van het in beeld brengen van geschiedenis. Zoals Roland Barthes het zo treffend verwoordde met zijn beroemde uitspraak ça-a-été : een foto is tegelijkertijd dat wat er geweest is en dat wat er niet meer is. Een van de aspecten die fotografie zo boeiend maakt, is dat ze zowel het heden als het verleden laat zien. Foto’s zijn immers getuigenissen. Ze kunnen herinneringen oproepen van gebeurtenissen die zich slechts enkele minuten of vele jaren geleden hebben afgespeeld. De relatie tussen fotografie en geschiedenis blijft fascinerend en roept ontelbare vragen op. Met Imaging History besteedt het FOMU aandacht aan de verschillende manieren van omgaan met geschiedenis. Hoe gaan hedendaagse beeldmakers om met ons verleden en visualiseren ze plekken waar historische momenten hebben plaatsgevonden? Welke restanten van dit ver verleden blijven doorwerken in ons collectief (en visueel) geheugen?

De thematische tentoonstelling Imaging History, samengesteld door initiatiefnemers Bruno Vandermeulen en Danny Veys en FOMU-curator Rein Deslé, is de visuele kers op de taart van een onderzoeksproject dat reeds in 2003 van start ging. Het achterliggende concept en de selectie van fotoreeksen wordt in het inleidende essay verder uitgelicht door de drie curatoren. Imaging History brengt internationaal gerenommeerde fotografen samen die mogelijke antwoorden formuleren op bovenstaande vragen. Werk van Shimon Attie, Raphaël Dallaporta, Sally Mann, Bart Michiels, Simon Norfolk, Bruno  Vandermeulen en Danny Veys wordt in dialoog gepresenteerd met negentiende eeuws werk uit de collectie van het FOMU. Deze historische beelden, camera’s en technieken vormen een vruchtbare inspiratiebron voor hedendaagse fotografen. Op vraag van EXTRA plaatst Helen Westgeest de tentoonstelling in een theoretische context en wijst de lezer op het dilemma van het fotograferen van geschiedenis.

Het FOMU kijkt dit voorjaar ook naar de toekomst! We zetten in op jong talent en dat wordt in 2012 nog eens EXTRA in de verf gezet. Op de eerste verdieping start de nieuwe tentoonstellingsreeks Jonge Belgische Fotografie, waar Lara Mennes en Sarah Carlier de spits afbijten. Carlier concentreert zich op de automatismen in het menselijk bestaan, Mennes onderzoekt herinneringen in gebouwen. Daarnaast presenteren we met veel trots het eerste nummer van .tiff, een magazine dat barst van jong Belgisch geweld. .tiff staat voor kwaliteit, diversiteit en eigenzinnigheid. 

EXTRA 09: Peter Lindbergh (2011) 

Waarom spreken Naomi Campbell, Cindy Crawford, Linda Evangelista en Kate Moss tot ieders verbeelding? Zij showden dezelfde haute couture als duizenden anderen, van wie ook miljoenen cliché’s zijn afgedrukt. Maar geen van die duizenden had dezelfde aandacht van Peter Lindbergh gekregen. De Duitse modefotograaf heeft op het einde van de jaren 1980 alle conventies van de modefotografie uitgedaagd, met een nieuwe taal die haaks staat haaks op glitter en glamour. Precies daardoor ontdekte hij een andere gedaante van klassieke schoonheid, en heeft hij van zijn modellen ‘supermodels’ gemaakt. Lindbergh fotografeert zijn modellen naast de set, maakte schijnbare making-off shots, en haalt daarmee het menselijke en fragiele in ‘zijn’ vrouwen naar boven. De selectie van de juiste vrouw is daarom cruciaal in zijn werk, want zijn portretten vereisen karakter. Door hen zo sterk in beeld te brengen heeft Lindbergh een boost gegeven aan het fenomeen van het ‘supermodel’. Ze trekken de aandacht van de hele wereld door het unieke van hun schoonheid, die in zijn foto’s zoveel verder reikt dan de kleding die ze showen.

Eind 2010 was er in Berlijn een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Peter Lindbergh. Het FOMU brengt twee cruciale delen uit deze omvangrijke expo integraal naar Antwerpen. Het is een keuze die een zeer gevarieerd beeld oplevert van zijn werk. In de eerste verzameling, Berlin, zijn beelden samengebracht die Lindbergh de afgelopen twintig jaar in de Duitse metropool heeft gemaakt. Ze tonen een andere kant van Lindbergh: de combinatie van straatfotografie met portretten van bevriende artiesten, performances en modebeelden sleept ons mee in een wereld van supersterren die ontdaan zijn van hun glamoreuze jasje, maar schitteren door hun onvolmaaktheid.

De tweede reeks berust op een persoonlijke selectie die Klaus Honnef uit het oeuvre van Lindbergh maakt naar aanleiding van de tentoonstelling in Berlijn. Als curator, criticus en professor droeg Honnef er eigenhandig toe bij om het medium fotografie op te nemen in de kunstwereld. Voor zijn Selection by Klaus Honnef ging deze artistieke autoriteit door het immense beeldarchief van Lindbergh, wat resulteert in een indrukwekkende reeks beelden op groot formaat, dat alle aspecten van de fotograaf toont. Voor EXTRA gingen de kunstenaar en zijn criticus bovendien in gesprek.

Tijdens zijn lange carrière was het werk van Peter Lindbergh te volgen in het magazine Visionaire. Geen toeval dus dat het FOMU deze herfst in de ruimte voor de bibliotheek een selectie toont uit dit spraakmakende magazine. Exclusief, controversieel en vernieuwend: Visionaire is een fenomeen. Curator Tamara Berghmans vertelt waarom.

Curator Brecht Bostyn heeft zich grondig verdiept in het werk van de recent overleden Belgische fotograaf Frank Philippi. De beelden van Philippi zijn niet alleen van een hoogstaande kwaliteit, ze getuigen ook van een authentieke fotografische blik. Maar er is nog meer. Philippi’s oeuvre, dat verschillende decennia bestrijkt, biedt een schat aan informatie over de Belgische naoorlogse cultuurgeschiedenis. In EXTRA vindt de lezer alle details.

Naar aanleiding van deze cluster van tentoonstellingen, heeft Brecht Bostyn ook het archief van het FOMU binnenstebuiten gekeerd, en schetst hij een ruimer kader van de Belgische modefotografie na 1945.

Eind september 2011 biedt het FOMU niet enkel tijdelijke tentoonstellingen aan. Een selectie uit de befaamde collectie van het museum maakt een einde aan haar veel te lange verborgen bestaan, en zal opnieuw, en nu permanent, te bezichtigen zijn. EXTRA sprak met expert Pool Andries, die de rijke geschiedenis van de collectie in kaart brengt.

EXTRA draagt ook bij om deze onmetelijke schat aan fotografisch materiaal dichter bij het publiek te brengen, met de nieuwe rubriek Collectie FOMU In Focus: één beeld of object wordt uitgelicht, en dit maal beschrijft curator Tamara Berghmans een van haar favoriete beelden van Otto Steinert.

EXTRA 08: Insight (2011) 

Insight is een passe-partout voor inkijk en voor inzicht van wat er voor en achter de lens van de camera gebeurt. Soms is het de fotograaf zelf die zich blootgeeft door zijn werk. Soms sleurt het object je mee naar een bizar en toch herkenbaar bewustzijn. Andere foto’s brengen een heel denkproces helder in beeld, tenminste, als je tijd neemt om te kijken. Echt boeiend wordt het als de beelden van de kunstenaar de toeschouwer een kans bieden om op zichzelf te reflecteren, en te luisteren naar wat ze over hem zelf vertellen.

Een ruim inzicht krijgen we van Elke Andreas Boon, die niet alleen foto’s maakt, maar met haar tekeningen, video’s en installaties hele werelden creëert. De beelden die ze maakt, refereren altijd aan onze realiteit, maar ze verlegt telkens de accenten. Vergankelijkheid, puurheid, rebellie en uitdaging zijn sleutelwoorden in haar werk. Gunther De Wit dompelt zich onder in het oeuvre van de Belgische kunstenares en nodigt ons uit een wit konijn te volgen zonder te weten waar die trip zal eindigen.

Meer “inkijk” dan “inzicht” biedt de heel andere, haast objectiverende benadering van de fotografie van Jacques Sonck. Hij pikt mensen uit de massa die opvallen, omdat hun voorkomen uitzonderlijk is, of net het kenmerk van een archetype. Sonck blijft zelf op afstand, heeft geen ambitie om de geportretteerden te doorgronden. Maar die methodiek verraadt meer van de auteur dan je zou denken. Door zijn opmerkelijke keuzes geeft de Belgische fotograaf een interessant stuk van zichzelf bloot. Brecht Bostyn, curator van de tentoonstelling, plaatst het levensproject van de fotograaf, dat nu bijna veertig jaar omspant, tegen de achtergrond van de tijdsgeest waarin het werk ontstaan is.

Elinor Carucci trekt de kijker een stuk dichter naar zich toe, geeft een inkijk in de intieme wereld van deze jonge vrouw die woont en werkt in New York. Carucci gaat in haar beelden geen enkel aspect van het leven als vrouw uit de weg. Die openheid ontwapent door haar kwetsbaarheid. De esthetische kwaliteit en universele herkenbaarheid van haar foto’s doen soms pijn, zonder ordinair te zijn. Rein Deslé volgt in de keuze van deze tentoonstelling in het FOMU de cruciale fasen in het leven van de artieste en haar gezin: de sterke band met haar ouders, de relatie met haar partner en sinds enkele jaren ook haar rol als moeder.

Alexandra Cool ontvangt al jaren vermaarde schrijvers in haar landhuis. Ze geeft hen ruimte en tijd om te werken. Haar zelfgemaakte “pinhole” camera registreert de auteurs terwijl ze schrijven, laat ze een tijd aan het werk en vat die “arbeid” samen in één beeld. Johan De Vos bespreekt hoe het proces werkt, en hoe alleen de trage bewegingen een spoor achterlaten op de foto’s. De slotsom is een zeer genuanceerde “inkijk” in de creativiteit van het schrijven, een poging om de essentie te vatten van wat eigenlijk verborgen blijft, diep in het hoofd van Cools gasten.

EXTRA 07: Hungry Eyes (2011) 

Onder de noemer Hungry Eyes pakt het FOMU uit met drie tentoonstellingen die elkaar zowel aanvullen als uitdagen. Hun gemeenschappelijk uitgangspunt is food. Koken is niet meer weg te slaan uit allerhande media, en daarbij speelt de fotografie een prominente rol. Culinaire fotografie is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de meest beoefende disciplines binnen het fotografische veld en daar kijkt het Fotomuseum niet over heen. Maar het thema roept natuurlijk ook vragen op, inspireert sommigen om radicaler te werk te gaan en door middel van fotografie de toeschouwer te confronteren met hun dagelijkse realiteit. Hungry Eyes is een combinatie geworden van foto’s die een zoete én een bittere nasmaak achterlaten.

EXTRA 07 trekt deze lijn door. Tijdens een speurtocht doorheen de collectie van het FOMU kwam het werk van twee fotografen sterk naar voren. De opnames die Stephen Feldman in een slachthuis maakte, tonen een aspect van de voedingsindustrie dat de consument liever vergeet. Toch oefenen de beelden ondanks hun gruwelijke onderwerp een haast erotische aantrekkingskracht uit. De foto’s van Frank Philippi verleiden op een heel andere manier: hij maakte speelse en pittige foto’s in supermarkten of voor reclamecampagnes. Deze bescheiden selectie uit het werk van Philippi vormt meteen een mooie introductie op de overzichtstentoonstelling van de Belgische culinaire fotograaf Tony Le Duc. Hij was ooit Philippi’s leerling, maar ontwikkelde tijdens zijn 25 jarige carrière een uitgesproken eigen stijl. Door zijn radicale omgang met het medium en zijn product, was hij steeds mee met de trends in de culinaire fotografie, maar wist hij die ook permanent in vraag te stellen en er een persoonlijke wending aan te geven. Zijn hele oeuvre lijkt wel een zoektocht naar de weergave van de essentie om zo het ingrediënt of gerecht zo puur mogelijk in beeld te brengen. Deze invalshoek leidt ertoe dat zijn composities niet altijd meteen een herkenbaar beeld opleveren, maar wel de textuur en smaak van het afgebeelde krachtig evoceren. Jan Scheidtweiler schetst voor EXTRA hoe Le Duc langzaam maar zeker een plaats wist te veroveren in de wereld van de internationale culinaire fotografie. Johan De Vos laat de man zelf aan het woord.

Het FOMU vroeg aan de Franse fotografe Valérie Belin een selectie te maken uit haar eigen werk waarin het thema voeding op de een of andere manier naar voren kwam. Voor EXTRA bekeek Els Barents, directeur van het Huis Marseille in Amsterdam, het verrassende resultaat hiervan. In haar bijdrage situeert ze deze keuze en gaat op zoek naar een verklaring voor wat food voor Belin kan betekenen. De derde tentoonstelling die deel uit maakt van Hungry Eyes, biedt een summiere maar indrukwekkende kennismaking met het werk van Dimitri Tsykalov. Deze Russische kunstenaar speelt met eten en dat leidt tot soms erg confronterende beelden. Zijn uitgehouwen doodshoofden en in vlees geklede modellen zijn uitdagend en visueel uiterst fascinerend. Curator Tamara Berghmans schreef naar aanleiding van een gesprek met de kunstenaar een inleiding tot de tentoonstelling.

Laat het smaken!

EXTRA 06: Trompe-L'oeil (2010)

Deze editie van EXTRA plaatst het mechanisme van de trompe-l’oeil in de kijker. Dit principe, dat ontstaan is in de schilderkunst, bestaat erin een illusie te creëren door een fictief gegeven zo realistisch mogelijk weer te geven. In de fotografie wordt dit spel soms letterlijk, dan weer zeer subtiel gespeeld. Een foto lijkt een waarheidsgetrouwe weergave van de realiteit, maar is steeds een representatie, bemiddeld door het medium en de mens die er achter schuilgaat. Een foto kan op de werkelijkheid lijken, maar kan er nooit effectief mee samenvallen. Door deze paradoxale relatie met de realiteit, zou je elke foto als een mogelijke trompe-l’oeil kunnen beschouwen. De reeks Things are Queer van Duane Michals uit de collectie van het Fotomuseum is hiervan een befaamd en opmerkelijk voorbeeld.

Het misleiden van het oog vormt eveneens een belangrijk motief doorheen het oeuvre van de Duitse fotograaf Boris Becker, wiens werk te zien is in het FOMU. Curator Dominique Somers illustreert aan de hand van Beckers oeuvre hoe de fotografie in essentie niet in staat is een objectief document af te leveren. In het interview met Rafael von Uslar heeft Becker het voornamelijk over zijn recente reeks Fakes, waarin hij de kijker steeds voor verrassingen plaatst: een pluchen aapje met melancholische blik blijkt bij nader inzien een meesterlijk instrument om heroïne over de grens te smokkelen.

EXTRA 05: American Documents (2010) 

Een document is een verzameling van gegevens, een bron van informatie. De vijfde editie van EXTRA is dat ook; meer nog, ontpopt zich als een document van documenten. De tentoonstelling American Documents vormt immers de spil van het nummer. Deze expo dompelt ons onder in enkele van de belangrijkste fotografische oeuvres uit het naoorlogse Amerika. Vanuit de idee van de foto als document, toont ze hoe de fotografie zich roert, herschikt en vooral naar zichzelf kijkt. Dit is een evolutie die zich ook in Europa ontwikkelde, maar vooral in de Verenigde Staten scherp werd gesteld.

Jean-Paul Deridder stond als mede-curator aan de wieg van dit ambitieuze project. Hij leidt het dossier in met een essay dat het recente werk van vier Amerikaanse fotografen in de kijker plaatst: Mitch Epstein, Larry Sultan, Judith Joy Ross en Martha Rosler. Deze kunstenaars gebruiken het medium fotografie om de toeschouwer gevoelig te maken voor de realiteit die hen omringt. Met een uiteenlopende beeldtaal dagen ze ons stuk voor stuk uit te kijken naar het Amerika dat zich in het fotografisch document manifesteert. De uitgebreide portfolio die daarop volgt, met het werk van toonaangevende fotografen als Walker Evans, Lewis Baltz, Robert Adams en Lee Friedlander, leidt ons de fotografiegeschiedenis in.

Pool Andries plaatst de tentoonstelling in de bredere context van de ontwikkeling van de westerse fotografie, en illustreert waarom de Amerikaanse zo verschillend evolueerde van de Europese: “Terwijl in Europa de fotografie vooral werd ingezet om zowel klassenverschillen als te onderscheiden nationale identiteiten te bevestigen, groeide in de Verenigde Staten datzelfde medium uit tot symbool van eenmaking en gelijkheid.”

Van daaruit keren we terug naar het hedendaagse Amerika. EXTRA voerde een gesprek met Mitch Epstein over zijn nieuwe reeks American Power die het FOMU voor het eerst in Belgie toont. Zijn foto’s confronteren door hun directe boodschap: de overweldigende aanwezigheid van de energieproductie in het Amerikaanse landschap. Hij haakt daarbij ook nog eens letterlijk in op die mechanismen door zijn beelden als billboards in het straatbeeld te laten opduiken.

EXTRA 04: Africa Remix (2010) - uitverkocht 

EXTRA, meer dan ooit het huismagazine van het Fotomuseum, biedt voortaan nóg meer achtergrondinformatie bij de tentoonstellingen die je in de winter en het voorjaar van 2010 in het Fotomuseum kunt bezoeken.

Uitgangspunt voor de tentoonstellingsprogrammatie was de herdenking van vijftig jaar onafhankelijkheid van de DR Congo. Tijdens de koloniale periode werd het nieuwe medium fotografie ingezet als een belangrijk instrument van de exploratie, verovering en representatie van de kolonie. Kongo werd immers ook “visueel geannexeerd” door de koloniale overheid, zegt historicus Johan Lagae in een uitvoerig interview in dit nummer. Hoog tijd dus om het stereotiepe beeld van het door België en Congo gedeelde koloniale verleden grondig bij te stellen, én een platform te bieden voor de razend interessante visuele kunst die vandaag door Europese en Afrikaanse fotografen in Afrika gecreëerd wordt.

De tumultueuze politieke gebeurtenissen na de machtswissel in Congo tijdens de zomer van 1960 werden op de voet gevolgd door het weekblad de Zondagsvriend, waarvan het archief in het Fotomuseum bewaard wordt. Dominique Somers maakte een selectie van de persbeelden en Tony Waddingham monteerde ze in EXTRA’s Archive Remix.

Johan Lagae en Carl De Keyzer maakten op hun beurt ook een archive remix met nooit eerder gepubliceerde beelden uit het Afrikamuseum van Tervuren (KMMA). Tegenover de propagandistische beeldvorming, zoals bijvoorbeeld in de didactische publicatie Congo belge en Images uit 1911, brengen zij een genuanceerder beeldverhaal van de koloniale periode. Fotografie mag dan 'een kleine kunst' zijn, deze archiefdocumenten getuigen van een historische werkelijkheid die veel complexer is dan de officiële versie van het geheugen en de verbeelding van Congo. Johan Lagae pleit dan ook voor 'het valoriseren van de koloniale fotografie als historische bron'. Het resultaat van Carl De Keyzers titanenwerk - de originele glasnegatieven retoucheren om de fotografische kwaliteit en de originele kadrering recht te doen - zal te bewonderen zijn op de tentoonstelling in het Fotomuseum.

Carl De Keyzer heeft zich uiteraard niet beperkt tot “Photoshopping”. Hij presenteert een ongezien en omvattend fotografisch project dat de koloniale infrastructuur van de Belgen in de huidige Democratische Republiek Congo in kaart brengt. Hallucinant is de massale schaal waarop het koloniale systeem werd neergepoot in een gebied dat zo’n tachtig keer groter is dan België.

Vergelijk je zijn beelden van koloniale gebouwen en monumenten in Afrika met die van de Zuid-Afrikaanse fotograaf Guy Tillim, dan wordt de specifiek 'Belgische' blik van De Keyzer duidelijk. “Als Belg heb je een andere verhouding: het is nu eenmaal onvermijdelijk een ex-kolonie waarop je terugblikt,” zegt Carl De Keyzer. “Het geheel zegt dan ook meer over de Belgen en over wat zij daar allemaal uitgespookt hebben, dan over de Congolezen”. In beider reflectie op de koloniale erfenis speelt sterk het gevoel van de mislukte droom van Lumumba’s ‘Congo, My Country’.

Tussen ruïne en moderniteit werkt ook de Congolese fotograaf Sammy Baloji. En ook hij maakt de sporen van het koloniale verleden in het heden zichtbaar. Hij fotografeerde de prachtige Congolese stad Likasi in Katanga, gebouwd op de mijnindustrie van de Belgen, huis na huis, straat na straat, in een monumentaal fotografisch panorama waarvan Extra één boulevard publiceert. Hij toont het stedelijke en sociale weefsel, een glimp van de dagelijkse realiteit van de Congolese bevolking vandaag, die zich het verleden moet toe-eigenen om vooruit te kunnen kijken.

De Biënnale van Bamako biedt een schitterende state of the arts van de hedendaagse fotografie in Afrika anno 2009 rond het thema Borders. Frank Vanhaecke woonde de opening bij en doet verslag van een veelheid van beelden die getuigen van de actuele beleving van grenzen in Afrika en de zoektocht naar identiteit. Bamako Encounters kan ons blikveld op Afrika verruimen en verlevendigen en de verhouding tussen onszelf en de ander 'dekoloniseren’.

EXTRA 03: The Set / Still Edition (2009) 

Op 28 maart 2009 presenteerde EXTRA een symposium over de interactie tussen fotografie en cinema, in het kader van de opening van het Internationaal Fotofestival van Knokke-Heist. Een aantal toonaangevende stemmen, zoals Steven Jacobs, David Campany, David Claerbout, Victor Burgin en Alexander Streitberger, ontvouwden uiteenlopende benaderingen van het thema, van het “tableau vivant” en het “filmische beeld” tot een verkenning van de relatie van hedendaagse fotografie tot tijd en het geheugen.

Dit nummer van EXTRA biedt een staalkaart van de onderwerpen die tijdens het symposium werden aangesneden en bijdragen van Victor Burgin en David Campany, die trouwens ook zijn nieuwe boek Photography and Cinema voorstelde in het Fotomuseum. Gevraagd wat precies hun benadering van het thema kleurde, schreven gastredacteurs Mayken Craenen en Maureen Magerman:

Set / Still is een verkenning van de mogelijkheden van het ‘verstilde beeld’, van het fotografische beeld dat voortkomt of beïnvloed werd door film. De unieke Trufkruyer verzameling van het Fotomuseum Antwerpen brengt de eerste ontmoeting tussen film en fotografie op de filmset in beeld. Nadat zwart-witfilms en hun sterren wat in de vergetelheid raakten, nam een nieuwe generatie fotografen het medium over. Door oude filmbeelden een nieuwe interpretatie aan te meten, gaven kunstenaars zoals Eric Rondepierre, John Divola en John Stezaker een nieuwe dynamiek aan het discours rond gevonden en anonieme foto’s. Vandaag eigenen veel fotografen zich cinematografische stijlen en technieken toe voor het maken van foto’s. Modellen worden acteurs en fotografen worden regisseus van beelden met een vaak complexe compositie. Volgens Victor Burgin observeren fotografen zoals Mitra Tabrizian, Annabel Elgar en, in zijn eigen ‘voyeuristische’ manier, Zhao Renhui de realiteit met de bedoeling die om te zetten in een verhaal dat echter niet, zoals bij films zo vaak het geval is, al van meet af aan vaststaat. De beelden van deze fotografen maken plaats voor een veelvoud aan interpretaties. In deze boeiende ontdekkingstocht blijkt de expertise van David Campany een uitstekende gids.”

EXTRA 02: The Protest Edition (2008) 

De tweede editie van EXTRA, het tweejaarlijkse magazine van het FOMU, is deze keer bijna letterlijk een pièce de résistance. Ze focust op verschillende vormen van verzet en protest in fotografie, met bijdragen van onder andere Jens Ullrich, Jeroen Olyslaegers, Lidwien van de Ven, Lucas Devriendt en Charles Fréger. 

 

 

 

 

EXTRA 01: The Sci-Fi Edition (2008) 

EXTRA 01, de opvolger van FotoMuseum Magazine, staat in het teken van sciencefiction. De reden: de radicale digitaliseringsprocessen van vandaag brengen onze verbeelding in de war. Dominique Somers, kunstenaar en medewerker van het FOMU, selecteerde beelden uit de museumcollectie die hand in hand gaan met het onderwerp van dit eerste nummer. 

Met bijdragen van onder andere Geert Goiris, Saskia De Coster, Mark Durden en Dirk Lauwaert.